Europese Machineverordening 2027: let op de 'substantiële wijziging'

Op 20 januari 2027 vervangt de Europese Machineverordening (EU) 2023/1230 definitief de vertrouwde Machinerichtlijn. Een cruciale verandering voor veiligheidskundigen: de 'substantiële wijziging' is daarmee direct verankerd in de wet. Pas je als bedrijf een machine aan, dan kun je voor de wet opeens 'machinefabrikant' zijn, met alle aansprakelijkheden van dien.

Europese Machineverordening 2027: let op de 'substantiële wijziging'
Leroy Dekker, opgeleid als hogere veiligheidskundige, adviseert met zijn bureau Dekker Safety al jarenlang bedrijven over de complexe grens tussen industriële arbeidsveiligheid en CE-markering.

In Nederlandse productiehallen draaien tienduizenden machines die in de loop der jaren zijn aangepast. Denk: een extra afscherming om een knelpunt weg te nemen. Of: een verhoogde bandsnelheid voor meer capaciteit, een aangelaste verlenging, een kleine aanpassing in de besturingssoftware. Het gebeurt dagelijks.

Toch schuilt in dit soort aanpassingen voor procesverbetering een hardnekkige juridische blinde vlek, met grote mogelijke gevolgen voor de veiligheid en aansprakelijkheid. Zeker straks, als de nieuwe regels uit de Europese Machineverordening van kracht zijn.

Substantiële wijziging? Werkgever is fabrikant

Leroy Dekker, opgeleid als hogere veiligheidskundige, adviseert met zijn bureau Dekker Safety al jarenlang bedrijven over de complexe grens tussen industriële arbeidsveiligheid en CE-markering. Hij ziet het in de praktijk vaak misgaan. "Werkgevers en veiligheidskundigen redeneren – begrijpelijk – vooral vanuit de Arbowet. Ze denken niet vanuit de productveiligheidswetgeving zoals die geldt voor machinebouwers."

"Maar als een werkgever in eigen huis een machine wijzigt, en die aanpassing is volgens de nieuwe regels 'substantieel', dan is die werkgever voor de wet opeens een machinebouwer. En krijgt die daardoor te maken met een hem onbekend wettelijk kader. Dat gebeurt vaak onbewust, maar kan enorme gevolgen hebben."

Onder de huidige regels van de Machinerichtlijn en die van haar voorgangers gold deze verantwoordelijkheid ook al. Maar tot nu toe stond die vrij diep verstopt. "Het fenomeen van 'substantiële wijzigingen' werd in de richtlijn zelf met geen woord genoemd. Dat moest je halen uit allerlei toelichtende documenten, in 7 losse paragrafen verspreid over 442 pagina's. Dan ontdekte je: wacht eens even, als mijn wijziging substantieel is, word ik fabrikant en moet ik de machine zélf opnieuw CE-markeren."

Gewijzigde machine speelt flinke rol bij ongevallen

De nieuwe Europese Machineverordening, die ook rechtstreeks geldt in Nederland, brengt meer duidelijkheid. Het begrip 'substantiële wijziging' staat nu expliciet in de wet. En terecht, blijkt uit ongevalscijfers van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Het aantal ernstige, meldingsplichtige arbeidsongevallen steeg van 4.306 incidenten in 2024 naar ruim 4.800 meldingen in 2025 (met 52 dodelijke slachtoffers).

Machines spelen in deze statistieken een donkere hoofdrol. Uit onderzoek van de Arbeidsinspectie en het RIVM blijkt dat circa 22% van alle arbeidsongevallen in Nederland gebeurt met de bewegende delen van een machine. De consequenties zijn bovendien zwaar: ongevallen in de categorie 'contact met arbeidsmiddel of object' leiden in maar liefst 59% van de gevallen tot blijvend letsel. Bij circa de helft van de onderzochte machineongevallen bleek de machine in de loop der tijd gemodificeerd of in een nieuwe configuratie geplaatst.

Geen conformiteitsprocedure: economisch delict

"Die cijfers bevestigen precies wat ik ook in mijn praktijk zie", reageert Dekker. "Het maakt pijnlijk duidelijk dat bedrijven met ongetwijfeld de beste bedoelingen machines aanpassen, maar daarbij vaak de veiligheidsimplicaties en de bijbehorende CE-herbeoordeling over het hoofd zien."

Bij zo'n incident is er juridisch gezien sprake van een dubbele overtreding. "De werkgever heeft dan twee petten op", zegt Dekker. "De pet van de werkgever die voor veilige werkomstandigheden moet zorgen én ongemerkt de pet van machinefabrikant. Voldoe je vervolgens niet aan de conformiteitsprocedure, dan is dat een economisch delict. Het scheelt je immers veel tijd, werk en geld om iets niet te CE-markeren. Daarbij maakt het juridisch niets uit of je die aangepaste machine commercieel verkoopt of hem louter voor eigen gebruik houdt."

Forse boetes en taakstraffen na machineongeval

Dekker waarschuwt voor de harde opstelling van de toezichthouder als zo'n aanpassing fout afloopt. "Er is jurisprudentie waaruit blijkt dat na ongevallen met machines forse geldboetes en taakstraffen worden opgelegd. Mensen belanden niet direct fysiek achter de tralies, maar denk aan een taakstraf voor de bestuurder plus een hoge boete."

Die bestuurlijke boetes variëren bij een zeer ernstig of dodelijk arbeidsongeval al snel van € 50.000 tot € 60.000. Bij recidive of zeer grote bedrijven lopen ze op tot bijvoorbeeld € 200.000. "En een directeur die een straf aan zijn broek krijgt, al is het maar een taakstraf, heeft vanaf dat moment een strafblad. Dat hakt er flink in."

Wanneer is wijziging aan machine substantieel?

Wanneer moet bij de veiligheidskundige het alarm afgaan? De nieuwe verordening is daar heel duidelijk in. Een fysieke of digitale wijziging is 'substantieel' als deze door de oorspronkelijke fabrikant niet was voorzien of gepland, én als hierdoor een nieuw gevaar ontstaat of een bestaand risico toeneemt. Als extra drempel geldt dat er een wezenlijke veiligheidsingreep nodig moet zijn om de machine weer veilig te krijgen. De veiligheidsbesturing (het veiligheidscircuit) moet bijvoorbeeld worden aangepast, óf er zijn extra maatregelen nodig om de stabiliteit of mechanische sterkte te borgen.

Dekker benadrukt hierbij de enorme reikwijdte van de wet: "Iets is al heel snel een machine. Alles wat voorzien is van een aandrijfsysteem, of bestemd om te worden voorzien van een aandrijfsysteem, valt eronder. Dat reikt van een gemotoriseerd hulpmiddel tot een gigantische productielijn."

Blijkt een wijziging substantieel, dan rusten de verplichtingen op de werkgever en moet de hele CE-procedure opnieuw. Dat betekent: een gedegen risicobeoordeling, het Technisch Dossier actualiseren, een nieuwe EG-verklaring opstellen en opnieuw CE-markeren.

3 praktische tips voor veiligheidskundigen

Voor de veiligheidskundige ligt hier een cruciale taak in het voortraject. "Ik ben al heel blij als een veiligheidskundige zich tijdig realiseert: we gaan een machine aanpassen, dan hebben we mogelijk te maken met een substantiële wijziging. Als die alertheid er is, ben je al ver", stelt Dekker. De expert deelt direct zijn belangrijkste, praktische tip:

  1. "Leg een voorgenomen wijziging áltijd eerst voor aan de oorspronkelijke machinefabrikant en betrek die erbij. Die kent de machine van voren naar achteren en kan vaak aangeven of de wijziging binnen de bestaande CE-markering valt en door hem kan worden afgedekt. Al is het maar om achteraf aan te tonen dat je hem hebt geraadpleegd."
  2. Moet de werkgever de wijziging toch echt zelf uitvoeren, dan staat een gedegen risicobeoordeling met stip op één. Dekker raadt hierbij sterk aan om altijd geharmoniseerde normen te gebruiken voor de maatregelen, zoals de NEN-EN-ISO 14120 voor afschermingen of de EN-ISO 13850 voor noodstoppen. "Volg je de norm, dan ontstaat er in de basis juridisch een vermoeden van overeenstemming met de wet."
  3. Zijn laatste advies is een oproep om vooral niet alles zelf te willen oplossen. "Schroom niet om externe hulp in te schakelen. Machineveiligheid is voor heel veel veiligheidskundigen een uitzonderlijk lastig en complex onderwerp. Laat je er tijdig in bijstaan."

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.