Uit een van de schoorstenen, met daarop de acht rode kapitalen ROCKWOOL, komen pluimpjes rook. Het terrein van 44 hectare staat vol opgestapelde isolatieplaten en oogt als een stad vol rechte straten en vierkante gebouwen, zonder deuren en ramen, met allemaal diezelfde typische kleur van steenwol: groengeel, erwtensoepachtig. “De kleur heeft alles te maken met het ijzergehalte. In theorie kunnen ze in deze fabriek ook witte steenwol maken”, zegt Jos Dumoulin, technical director bij Rockwool Central West Europe. “Binnen een week zijn al die buiten op elkaar gestapelde platen weg”, verzekert hij en maken ze plaats voor nieuwe stapels.
Hoezo biobased concurrentie? Een ding wordt al snel duidelijk. De isolatiematerialen van Rockwool gaan nog altijd als zoete broodjes over de toonbank. Dumoulin weet wel hoe dat komt. “Steenwol is brandveilig, geluidwerend en de thermische prestaties zijn uitstekend.” Toch kan hij niet ontkennen dat steeds meer architecten en bouwers alternatieve isolatiematerialen zoeken of promoten die CO2 opslaan. Zo lanceerde minister Hugo de Jonge onlangs een programma voor biobased bouwen van 200 miljoen euro. Kort daarvoor al kocht concurrent Kingspan een hennepfabriek op. Prefabbouwers storten zich onderwijl op het inblazen van stro.
Dumoulin en Hans Spronken, manager public affairs en technical support, halen hun schouders op. Ongevoelig voor de toenemende kritiek zijn ze zeker niet, maar ze deinzen er ook niet voor terug. “Of ik het gevoel heb dat ik me vaak moet verdedigen? Ja. Vaak gaat de discussie namelijk over de footprint. Men vergeet de handprint. Elke kilo CO2 die we als Rockwool uitstoten, leidt tot meer dan 100 kilogram CO2-besparing”, zegt Spronken.
Den Haag
Het zijn indrukwekkende getallen, maar ook getallen die niet iedere criticaster zonder meer voor zoete koek zal slikken. De aarde warmt namelijk nog altijd op en producenten van bouwmaterialen slaan elkaar al jaren om de oren met eigen rapporten en cijfers. Spronken kan erover meepraten. Namens Rockwool praat hij al tig jaren in Den Haag mee met ambtenaren en andere belangenbehartigers, over milieukosten, indicatoren en de effecten die je wel of niet moet meenemen in de wettelijk verplichte
Milieuprestatieberekening voor gebouwen (Mpg).
Greenwashing in de Hofstad? “Geen sprake van. Het is volstrekt logisch dat wij over dit soort dingen meepraten. De overheid kan wel regels verzinnen, ze moeten ook uitgevoerd kunnen worden.”
Rockwool-directeur Dumoulin: “Energie zal er altijd en overal zijn. Deze fabriek die jaarlijks 4 miljoen kubieke meter steenwol produceert, kun je wel verhuizen naar Duitsland, hier vijf kilometer verderop. Maar wat heeft de planeet daaraan? Dan kun je beter iets aan je footprint doen.”
Wij grenzen aan een Natura 2000-gebied. Maar aan de andere kant waren wij hier al voordat dit een Natura 2000-gebied werd”
Begrijp hem niet verkeerd. Ook hij vindt het vervelend dat Rockwool op steeds meer lijstjes staat. “Wij moeten daarmee dealen, er zit niets anders op. Ik vind wel dat iedereen zich aan de feiten moet houden en naar het bredere plaatje moet blijven kijken. Wij grenzen aan een Natura 2000-gebied. Daar kunnen we niet omheen. Maar aan de andere kant waren wij hier al voordat dit een Natura 2000-gebied werd.”
Ervaring
De twee vertegenwoordigen één brok Rockwool-ervaring. Bij elkaar opgeteld werken ze bijna een halve eeuw voor het concern. Maar toen Rockwool zich in 1968 in Roermond naast spoorlijn de IJzeren Rijn vestigde, waren ze er nog niet bij. Dumoulin toont een foto van hoe het naastgelegen terrein er vroeger uitzag. Zwartwit. Een kale vlakte. “Pas veel later is er bos aangebouwd.”
Hij vertelt over de omzet. Dat die al jaren gestaag groeit. In 2022 bedroeg die 480 miljoen euro. “We zijn niet ontevreden. Maar zijn we zelfvergenoegd? Verre van dat. We denken dat er meer in zit. Maar het bouwvolume valt tegen.”
Last van de biobased opmars heeft Rockwool niet, zegt hij. De totale isolatiekoek wordt groter, is de uitleg. Bovendien: “Steenwol is onuitputtelijk.”
Je kunt ze moeilijk ongelijk geven. Steen komt uit de natuur. In het geval van Rockwool uit de mijnen in het Sauerland.

Zwakke plekken
“Basalt is er genoeg”, verzekert Spronken. “Sterker. Er komt steeds meer bij door vulkaanuitbarstingen.” Hij benadrukt dat steenwol volledig recyclebaar is. “Daarnaast zijn er geen additionele grondstoffen nodig om het bestendig te maken tegen schimmel en verrotting.”
Nee, als het dan toch gaat over de milieuprestaties van Rockwool, dan zijn de CO2-uitstoot, de stikstof die vrijkomt en het gebruik van ammoniak in het bindmiddel, dat gebruikt wordt om vezels te binden, de zwakke plekken. “Ammoniak heeft onze aandacht. Binnen drie tot vijf jaar hopen we dat we een duurzamer alternatief hebben.”
Om de uitstoot van CO2 en stikstof te reduceren, investeert Rockwool de komende jaren in elektrische fabrieken. Uiteindelijk zijn wereldwijd alle vijftig stuks aan de beurt. Begin dit jaar kondigde het bedrijf de plannen aan voor de verduurzaming van de locatie in Roermond. “Wat dat kost? Heel, heel, heel veel geld”, zegt Dumoulin. “Maar dit maakt me niet chagrijnig, maar juist trots. Het verduurzamen van zo’n fabriek is nog nergens ter wereld gedaan. Bovendien zeggen wij: put your money where your mouth is. Besparen we CO2 in de gebouwde omgeving? Dan ook in eigen huis.”
Hij vindt het vervelend dat sommigen aan de intenties van Rockwool twijfelen. Juist omdat het isolatiebedrijf sneller wil verduurzamen dan Nederland aankan. Het liefst wilde Rockwool namelijk niet twee, maar alle drie de productielijnen elektrisch maken. “Daar praten we al sinds 2019 over met Enexis en Tennet. Helaas kregen we slechts een deel van de capaciteit, vanwege problemen die anders zouden ontstaan op het elektriciteitsnet. Ofwel: de infrastructuur is er niet klaar voor.”
Al jaren steunen we het initiatief om hier windmolens neer te zetten. Maar er zit niet of nauwelijks voortgang in dat proces”
Ander voorbeeld: “Al jaren steunen we het initiatief om hier windmolens neer te zetten. Maar er zit niet of nauwelijks voortgang in dat proces. Maar kijk je drie kilometer verderop, net over de grens, dan stikt het ervan.”
Klimaatminister
Daar schuurt het met Klimaatminister Rob Jetten. “Hij wil dat de prijs voor CO2-emmissie omhooggaat. Leuk, maar zorg dan ook voor de goede randvoorwaarden, die noodzakelijk zijn om te verduurzamen!”
Als de fotograaf is gearriveerd, begint de rondleiding in de immens grote fabriek. Het tweetal geeft eerst een kijkje in hun showroom. Er zijn wel twintigduizend artikelen, van pijpschalen tot sandwichpanelen, tot producten voor de tuinbouwindustrie en vezeltoepassingen die zo sterk zijn dat ze zich ideaal lenen voor remblokjes. Je kunt bijna hele huizen maken van steenwol, warmte vasthouden, maar ook koude lucht en vloeistoffen.
Waarom zou je dat willen? Koude energie is duurder. “Maar in bijvoorbeeld klimaatinstallaties in gebouwen is juist daar veel behoefte aan”, vertelt Spronken. In de productiehal kun je moeiteloos verdwalen. Het is er warmer dan buiten, er werken 850 mensen, 24 uur per dag, zeven dagen per week, in ploegendiensten. In de bedieningsruimte houden twee vriendelijke mannen, gekleed in brandwerende pakken, via camera’s het productieproces in de gaten. Je ziet de spinkamer, de lopende band, de hardingsoven en de zaagstraat.
Het is een soort verkeerstoren, zoals je die op een vliegveld ziet. Veel glas. Veel camera’s, veel draden en kabels. Plukjes steenwol op de leidingen: een Nachtwacht in Roermond. Donker en toch ook weer niet, door de oranje lava die van boven naar beneden in de hoogoven blijft stromen. De beweging van de spinwielen gaat intussen zo snel dat je die beweging niet kunt waarnemen. Binnen luttele minuten is de steen een plaat.
Bij een stapel isolatieplaten ‘onthult’ Dumoulin het geheim van de smid. “Niet de steen isoleert, maar de stilstaande lucht die in steenwol zit opgesloten. 98 procent van het materiaal is lucht.” “Gebakken lucht”, grapt de fotograaf. Dumoulin en Spronken laten zich er niet door uit de tent lokken. Misschien komt het door de oordopjes die ze in hebben. Of stonden ze voor veel hetere vuren, zijn ze gewend geraakt aan kritische pottenkijkers.
Of zit het anders? Hier in Roermond klinkt in elk geval ook een eigen verhaal. Een verhaal van – nog meer – duurzame meters maken, van zoveel mogelijk op eigen – in de toekomst elektrische – kracht, vooruitgaan. Rockwool is als een rots. Als een eiland. Als een rots die geen pijn voelt. Als een eiland, dat nooit doodgaat (naar Simon & Garfunkel, I am a rock). De analyse van Dumoulin luidt minder romantisch. Maar hij weet wel: “Wij zijn beter dan ons imago.”
Tijd voor frisse lucht. Via inpakmachines en kantine naar buiten. Naar de stapels isolatieblokken die weldra naar een nu nog te koud huis gaan. “Of Holland nog wel voldoende van Rockwool houdt? Ik denk het wel. Nog altijd wordt men heel blij van onze producten. Hoe ik onze toekomst voor me zie? Goed, al heb ik geen kristallen bol.”
Lees meer:
Dit artikel verscheen eerder op Cobouw.
